Zo kun je je kind helpen bij de verwerking van zijn verdriet:
- Is het verdriet van je kind ook jouw verdriet? Verstop je eigen gevoelens dan niet. Je kind mag best zien dat jij ook verdriet hebt.
- Laat je kind zélf bepalen hoe vaak hij erover wil praten en waarover hij wil praten.
- Laat je kind merken dat huilen mag. En dat lachen niet verboden of slecht is.
- Help je kind met het benoemen van zijn gevoelens. Vaak weet een kind precies wat hij nodig heeft. Maar hij kan dat niet goed vertellen.
- Blijft je kind heel verdrietig nadat bijvoorbeeld opa is doodgegaan? Ga dan samen het graf bezoeken. Of zet ergens een foto van opa neer waar hij elke dag naar kan kijken.
- Laat je kind tekenen of een brief schrijven. Zo kan hij zijn gevoelens goed uiten. Maar niet alle kinderen willen dat. Dat is ook goed.
- Vraag je kind of hij iets wil hebben dat hem aan opa doet denken.
- Probeer te ontdekken of je kind zich schuldig voelt over de dood van opa. Praat erover dat hij best bang of boos mag zijn. En dat hij zijn opa mag missen. Vraag hem ook wat hij over de dood van zijn opa verzint of fantaseert.
- Accepteer de manier waarop je kind omgaat met verdriet. Behalve als dat slecht is voor zijn ontwikkeling. Dan heeft hij hulp nodig.
- Leg je kind uit, dat je altijd aan iemand kunt blijven denken als hij dood is. Eerst doet dat pijn. Maar later wordt het gemakkelijker. Dan is het fijn om te denken aan de leuke dingen van iemand die dood is gegaan.
Meer informatie