Leren luisteren gaat stap voor stap
Peuters zijn de hele tijd op onderzoek uit en ze zitten overal aan met hun handjes. Je kunt wel ‘mag niet’ tegen een peuter zeggen, maar dat dringt vaak nog niet door.
Gehoorzaam zijn is moeilijk voor peuters. Verwacht hierin niet teveel van je peuter en houd er rekening mee dat het vaak nodig is om de regels te herhalen.
Tips
Een peuter weet nog niet wat mag en wat niet mag. Je kunt hem daar bij helpen door het volgende te doen:
• Mag je kind iets niet (bijvoorbeeld ergens aankomen), spreek dan als ouders allebei het verbod uit. Want een verbod is voor peuters alleen van toepassing bij de ouder die het uitspreekt.
• Herhaal de regels. Peuters vergeten nog snel! Zeg daarom vaak opnieuw wat je wilt.
• Zeg duidelijk wat wél mag. Een peuter die steeds krijgt te horen ‘Mag niet!’, leert misschien wel iets af, maar leert niet hoe het dan wél moet. Geef een peuter daarom steeds kleine opdrachtjes, bijvoorbeeld: ‘Kom maar helpen opruimen’. En geef altijd aan wat wel mag: ‘Je mag niet op het behang kleuren, maar wel op het papier’.
• Beloon goed gedrag. Doet je peuter iets goed, laat hem dat dan merken, bijvoorbeeld door een kusje of een aai over de bol. Zo merkt je kind dat je het waardeert als het dingen goed doet.
• Praat dichtbij. Peuters kunnen luisteren over evenveel meters als ze jaren oud zijn. Is je kind drie jaar, zorg er dan voor dat je binnen drie meter afstand bent als je iets tegen hem zegt. Ben je verder weg, dan komt de boodschap niet meer over.
Koppige peuters hebben een eigen wil Als ze een jaar of twee zijn, gaan peuters ‘ik’ en ‘nee’ zeggen. Een peuter ontdekt dan dat hij een eigen persoontje is en dat hij eigen wensen en ideeën heeft. Dit is een belangrijke periode, waarin je kind een eigen wil en mening ontwikkelt.
Als een peuter veel wil weten en veel dingen zelf wil doen, dan betekent dit dat hij veel wil leren. Het is voor hem een eerste stapje op weg naar zelfstandigheid. Als een peuter iets kan, is dat goed voor zijn zelfvertrouwen. Hij is trots op alles wat hij leert. Als er iets niet lukt, wordt hij boos of koppig.
Peuters kunnen nog geen rekening houden met anderen. Als ze niet doen wat hun ouders willen en als ze op alles ‘nee’ zeggen, doen ze dat niet om hun ouders dwars te zitten. Ze zijn alleen aan het onderzoeken tot hoe ver ze kunnen gaan.
Tips
Een peuter moet nog leren omgaan met zijn eigen wil. Je kunt hem daarbij helpen door:
• Regels zorgvuldig uit te kiezen. Peuters hebben veel moeite met regels of dingen die niet mogen. Ga eens na welke regels je echt belangrijk vindt. Houd daar aan vast. Ga soepeler om met regels die iets minder belangrijk zijn.
• Grenzen te stellen. Als iets echt niet mag, trek dan een grens door dat duidelijk te zeggen. Houd vast aan die grens. Voor peuters is het prettig als ouders de leiding houden. Dat geeft hen een gevoel van houvast en veiligheid.
• Peuters te laten kiezen. Laat je peuter oefenen in het ontwikkelen van zijn eigen mening, door hem te laten kiezen. Bijvoorbeeld: ‘Wil je je laarsjes of je schoenen aan?’. Soms is er geen tijd om de peuter te laten kiezen of is het voor hem te moeilijk. Vertel hem dan duidelijk dat er nu niets te kiezen valt.
• Peuters tijd te geven. Peuters zijn vaak zo verdiept in hun spel dat ze boos worden als je ze stoort. Waarschuw je kind daarom ruim van tevoren wanneer het moet stoppen: ‘Als ik mijn thee op heb gedronken, gaan we boodschappen doen’.
Een driftige peuter moet nog leren hoe hij boos mag zijn Peuters hebben regelmatig een driftbui, vooral als iets niet lukt of mag. Ze worden dan overspoeld door hun eigen gevoelens. Ze kunnen ook nog niet goed praten over hun boosheid, omdat ze nog niet genoeg woorden kennen.
Het ene kind heeft meer of heftigere driftbuien dan het andere. Sommige kinderen kunnen zo driftig worden dat ze buiten adem raken en blauw aanlopen. Dat ziet er angstig uit, maar het kan geen kwaad.
Tips
Een peuter moet nog leren hoe hij boos mag zijn. Je kunt hem daarbij helpen door:
• Geen aandacht te schenken aan de driftbui. Laat de peuter even uitrazen. Een paar minuten is vaak al voldoende. Let wel op dat hij zich in zijn drift niet kan bezeren. Sommige driftige peuters vinden het prettig als je hen op schoot neemt of als je ze vasthoudt. Maar bij anderen werkt dit juist averechts.
• Duidelijk vast te houden aan wat je wilt. Als je bang bent voor woede-uitbastingen, geef je misschien te snel toe. Peuters kunnen dan hun driftbuien gaan gebruiken als middel om hun zin door te drijven. Boos worden of straffen helpt niet, want een driftig kind kan zijn gedrag niet meteen stopzetten. Gun daarom jezelf en je peuter even de tijd.
• Te troosten. Na een driftbui voelen peuters én ouders zich vervelend. Je kunt op verschillende manieren samen op verhaal komen. Bijvoorbeeld door even te knuffelen of door over de gevoelens te praten: ‘Wat was jij boos! Gelukkig is het nu weer over!