Je arts of verloskundige begeleidt jou tijdens je hele zwangerschapsperiode. Ze controleert jou en je kind. Ook kun je haar vragen stellen. Een goed contact met je arts of verloskundige is fijn bij de bevalling. Maar dat is ook fijn tijdens je zwangerschap, want je praat soms over hele persoonlijke of moeilijke dingen met haar.
De arts of verloskundige kan:
- de juiste onderzoeken bij je doen.
- jou goede adviezen geven voor een gezonde zwangerschap.
- jou doorverwijzen naar een gynaecoloog of andere specialist, als dat nodig is.
- met je praten als je je niet goed voelt. Voel je je soms depressief? Vertel het haar.
Dit doet de arts of verloskundige:
- Ze geeft je informatie en advies, zodat je gezond blijft.
- Ze let op of je je goed voelt.
- Ze vraagt naar je gezondheid. Ze vraagt aan jou en je partner of er ziektes in jullie familie zijn. Zoals erfelijke ziektes, erfelijke aandoeningen of aangeboren afwijkingen.
- Ze controleert of de baby zich goed ontwikkelt.
- Ze ziet het op tijd als er iets niet goed gaat.
- Ze beslist of je naar een gynaecoloog in het ziekenhuis moet.
- Ze leert jou en je partner kennen.
Je bloed wordt onderzocht rond de twaalfde week van je zwangerschap. Zo weet je arts of verloskundige:
- wat voor bloedgroep je hebt.
- of er genoeg ijzer in je bloed zit.
- hoe je bloedsuiker is.
- of je voldoende afweerstoffen tegen rode hond hebt.
- of er stoffen in je bloed zitten die slecht zijn voor je baby. Je kunt dan tijdens je zwangerschap nog medicijnen krijgen, als dat nodig is.
- of je infectieziekten hebt, zoals HIV en hepatitis B.